Op naar een Werkelijk Minimalisme

Minimalisme is een ding geworden, de laatste jaren. Het idee is dat je bezittingen je niet alleen kunnen verrijken maar vooral ook beperken. En dat opruimen je kan bevrijden, je kan loszingen van de ketenen die je aan de grond houden. Tegenwoordig zijn er mensen die beweren minder dan 100 spulletjes te bezitten, terwijl anderen hun brood kunnen verdienen met onfortuinlijke verzamelaars te helpen hun leven vereenvoudigen.

Maar klopt het wel dat we gebonden zijn aan de materiële bezittingen in ons leven? Misschien is deze gebondenheid niet meer dan een verhaal dat we onszelf vertellen, net als het verhaal dat het vergaren van bezittingen ons gelukkig kan maken.

Deze nadruk op materiële bezittingen hoeft niemand overigens te verbazen aangezien het de hoeksteen vormt van ons vertrouwen in het economisch liberalisme. Dat materiële bezittingen ons gelukkig kunnen maken is axiomatisch voor het consumentisme, terwijl de gedachte dat individueel bezit de wortel van alle kwaad vormt fundamenteel is voor het communisme, de aartsvijand van het kapitalisme. Het eigendom van bezittingen is al sinds John Locke (en vast al veel eerder) expliciet onderdeel van onze collectieve bespiegelingen over het menselijk leven.

Maar ook deze filosofieën zijn gewoon maar verhalen die we onszelf vertellen. Misschien moeten we ons, om echt vrij te zijn, niet zozeer ontdoen van onze materiële bezittingen maar juist van die verhalen die we onszelf blijven vertellen. De verhalen omtrent materiële bezittingen, bijvoorbeeld, maar wellicht ook andere.

Natuurlijk zijn sommige verhalen die we onszelf op een dagelijkse basis vertellen best noodzakelijk. En het zijn zeker niet allemaal slechte verhalen. Sommige verhalen die we in de loop van de eeuwen hebben verzonnen hebben onze levens onmetelijk verrijkt. Zonder het verhaal van geld zou het lastig zijn om te overleven in hedendaagse steden. De wetenschap is gebaseerd op het verhaal dat de wereld om ons heen gekend en gemanipuleerd kan worden, en dat zulks ook goed is. De meeste religies vertellen ons tenslotte dat God de belangrijkste bron van betekenis en ethiek vormt. Allemaal succesvolle verhalen met een duidelijke bestaansreden, of je het er nu mee eens bent of niet.

Maar er zijn ook verhalen die ons niet zo goed dienen. Het verhaal dat je niet goed genoeg bent, bijvoorbeeld. Het verhaal dat iets dat door mensen gemaakt is niet “natuurlijk” en dus niet “goed” is. Het verhaal dat je iets moet doen om gelukkig te zijn, of zelfs om geluk te verdienen. Het verhaal dat je materiële welvaart zou moeten vergaren. Of het verhaal dat dit vergaren je op de een of andere manier beperkt.

Objectief gezien is er niets dat je beperkt, behalve dan de verhalen die je jezelf vertelt. Uiteindelijk lijkt je persoonlijke ervaring van vrijheid afhankelijk te zijn van deze verhalen. Vandaar dat ik vind dat Werkelijk Minimalisme tenminste gebaseerd zou moeten zijn op een bewustzijn van de verhalen die je jezelf vertelt.

Bewustzijn brengt vrijheid voort, door middel van de aanwezigheid van keuze. Als je je bewust kunt zijn van de verhalen die zich van moment tot moment afspelen in je geest dan kun je beginnen met het ontwikkelen van de vaardigheid om te kiezen tussen de verhalen die jouw doelen bevorderen en de verhalen die je tegenhouden.

Maar hoe word je je bewust van zulke dingen? Introspectie lijkt een goede manier te zijn om inzicht in je persoonlijke verhalen te vergroten. Open discussies met anderen die zich ook met dit soort dingen bezighouden kunnen ook helpen.

Dit artikel zal zich verder toespitsen op de kracht van mindfulnessbeoefening om je meer bewust te worden van de verhalen die je jezelf vertelt. Er is een aantal stappen die de meeste mensen doorlopen om het punt te bereiken waarop je je persoonlijke verhalen systematisch kunt gaan onderzoeken.

Zoals bij de meeste mindfulnessoefeningen begin je met nauwgezet te letten op de ademhaling. Door je aandacht te richten op iets dat er altijd is daag je je aandacht uit om sterker te worden. Daarnaast merken de meeste mensen dat het vestigen van de aandacht op de ademhaling pijnlijk duidelijk maakt dat je geest jouw bevelen maar zelden gehoorzaamt.

Met een groeiende aandacht begin je de onderdelen van je ervaring op dit moment los te peuteren. Er is een geluid, een lichamelijke sensatie. Er is de adem, een gedachte, plan, herinnering, oordeel. Het waarnemen van de stroom van je ervaring laat je spelenderwijs kennismaken met het autonome karakter van de sensaties die je realiteit vormen. In zekere zin hebben deze sensaties jou helemaal niet nodig om met ze interacteren. Ze zijn er toch wel, in al hun rijkheid.

Cruciaal voor deze beoefeningsfase is dat jij je ervan probeert te weerhouden om deel te nemen aan de sensaties waaruit je realiteit bestaat. Probeer in de positie van observant te blijven en keer er zo spoedig mogelijk naar terug als je merkt dat je toch bent verleid tot het deelnemen aan je ervaring.

Het waarnemen van het autonome karakter van je sensaties, of ze nu mentaal of fysiek zijn, kan je helpen om gedachten te leren herkennen wanneer ze in je opkomen. Het adequaat herkennen van gedachten en emoties is onmisbaar als je wilt beginnen met het onderzoeken van de verhaallijnen die je persoonlijke realiteit vormen. Hoe meer je deze herkenning oefent, hoe meer vrijheid je zult ervaring jegens je “verhalende zelf”.

“Het is maar een gedachte.”
“Hey, een oordeel!”
“Er is boosheid op dit moment.”

Deze observaties kunnen je helpen om je bewust te worden van andere opties in de vloed van je ervaring. En om je te behoeden voor het verstrikt raken in de kracht van een specifieke gedachte of emotie.

Als je zover bent gekomen dat je relatief eenvoudig een gedachte kunt herkennen als deze zich aandient is het een eenvoudige stap om de drijfveren van je gedachten of emoties te gaan ontleden. Dit onderzoek kan je helpen te bepalen hoe, waar en waarom je jezelf steeds voor de voeten loopt. Misschien moet er iets verwerkt worden. Misschien kun je iets leren van een uitgebreider referentiekader.

Hoe het ook zij, deze manier van je alledaagse werkelijkheid onderzoeken brengt met zich mee dat je “jezelf” wat minder serieus gaat nemen, zeker wat betreft het geloven in de verhalen die je jezelf vertelt. Dit inzicht mondt vanzelf uit in een keuzemogelijkheid die steeds meer expliciet is: ga ik mee in dit verhaal, of probeer ik iets anders?

Op deze manier leidt het beoefenen van mindfulness tot Werkelijk Minimalisme: niet alleen de vrijheid van verbondenheid aan materiële bezittingen maar vooral ook vrijheid van de verhalen die je ervaring van de werkelijkheid op ieder moment co-creëren.

Geef een reactie