Geluksrecepten – Hoofdstuk 2 – De Stoïcijnen

Sommige dingen bevinden zich in onze macht. Andere niet. In onze macht hebben wij onze meningen, ons streven, onze begeerte en afkeer. Al deze dingen kunnen wij zelf bewerkstelligen.
Het lichaam hebben wij niet in onze macht. Ook bezit niet of aanzien en ambten. Kortom, alles wat niet ons eigen werk is. Weet, dat de dingen die wij in onze macht hebben van nature vrij zijn. Zij kunnen niet gehinderd of belemmerd worden. Doch datgene wat wij niet in onze macht hebben, is krachteloos, onderworpen, vol belemmeringen en vreemd aan ons wezen.

Epictetus – Encheiridion 1:1-2

Stel je voor dat het leven een spel is. Je hebt geen invloed op je geboorte of op de omstandigheden waarin je leven zich zal gaan afspelen. Het resultaat van het spel staat al vast: ieder mens gaat uiteindelijk een keer dood. Ook daar heb je niet al teveel invloed op. Zowel het begin als het einde van het spel zijn dus gegeven. Je moet spelen en je hebt maar mondjesmaat invloed op de uitkomst. Dan wordt belangrijk hoe goed je het spel speelt. Hoe vaardig je gebruik maakt van de speelstukken: je bestaan, je lichaam, de mensen om je heen, je omgeving. Om dat op een respectvolle manier te doen waarbij echter wel het besef voorop staat dat deze speelstukken niet “van jou” zijn, omdat ze maar zeer ten dele onder jouw controle vallen. Hoe we omgaan met verschillende spelsituaties is puur een uitkomst van de vaardigheid die we ontwikkeld hebben: de kwaliteit van onze wil en de oordelen die uit die wil voorkomen.

Volgens de Stoïcijnen is geluk een uitvloeisel van hoe scherp je onderscheid maakt tussen wat wel en vooral ook wat niet binnen je invloedssfeer ligt. Als je je geluk verbindt aan zaken die slechts deels of helemaal niet binnen je macht vallen dan maak je jezelf bij voorbaat afhankelijk van het lot. Dit is de manier waarop verreweg de meeste mensen leven. De Stoïcijnen vinden dat dit niet hoeft. Als je je geluk uitsluitend zoekt in zaken die geheel binnen je macht liggen dan kan niets of niemand je dat geluk ontnemen.

De Stoïcijnen zijn volgers van een levensfilosofie die tenminste vijf eeuwen lang een rol heeft gespeeld in het leven van vele Grieken en Romeinen. Ze vroegen zich af hoe een mens altijd gelukkig zou kunnen zijn en ontwikkelden daartoe een groot aantal oefeningen die bijdragen aan de ervaring van geluk.

De Stoïcijnen denken dat het geluk volledig binnen jouw macht valt. Door consequent onderscheid te maken tussen zaken die je wel en niet kunt beïnvloeden kun je een staat van geluk bereiken die stabiel is en onafhankelijk van de omstandigheden waarin je je bevindt.

Filosofie
De leer van de Stoïcijnen is uitgebreid en divers. Gedurende vijf eeuwen hebben vele denkers zich – soms op een innovatieve wijze – beziggehouden met concepten uit deze stroming. Helaas zijn vele Stoïcijnse geschriften verloren gegaan. Daardoor moeten moderne geïnteresseerden zich regelmatig tot secundaire bronnen wenden om de precieze gedachten van een bepaalde filosoof of omtrent een bepaald onderwerp te kunnen achterhalen. Om je van wat theoretische achtergrond te voorzien fietsen we in dit hoofdstuk door de algemene punten van de Stoïcijnse filosofie heen.

Een Stoïcijn moet in lijn met zijn natuurlijke doelen leven. Deze valt in drie onderdelen uiteen. Dat zou je kunnen interpreteren als een voorloper van het moderne inzicht dat de menselijke hersenen uit drie delen bestaan: het primitieve reptielenbrein, het sociale zoogdierenbrein en het rationele menselijke brein. Maar dat terzijde. Het eerste natuurlijke doel van de mens is overleving, of “zelfbehoud”. Net zoals andere dieren wil de mens zo lang mogelijk blijven leven met zo min mogelijk schade. Dit natuurlijk instinct bepaalt de waarde die aan omgevingselementen wordt toegekend. Denk bijvoorbeeld aan voedsel en onderdak.

Ten tweede zijn mensen – uniek onder de dieren – voorzien van de capaciteit tot rationeel denken. Een goed leven is een leven dat uitsluitend wordt geregeerd door de rede. De ratio gaat zelfs boven het doel van zelfbehoud. Dat komt tot uiting in de beruchte houding van de Stoïcijnen jegens zelfmoord. Zelfmoord wordt beschouwd als het beste alternatief wanneer het louter in leven blijven zou betekenen dat je geen goed leven meer zou kunnen leiden.

Het derde natuurlijke doel van de mens is zijn sociale plicht. Waar het Stoïcijnse primaat van de ratio nog wel eens zou kunnen leiden tot de behoefte om het sociale leven op te geven mag dat volgens de Stoïcijnen toch niet. Het is in het sociale leven dat de mens de eenheid van de kosmos ervaart. Dit is terug te voeren op de theologische positie dat god zichzelf in de natuurlijke wereld openbaart. Je kunt je er niet aan onttrekken, maar je moet je geluk er ook niet mee verbinden. Wanneer namelijk de ratio en het sociale leven op gespannen voet met elkaar staan – zoals in politieke zaken bijvoorbeeld – moet de ratio altijd voor gaan. Illustratief is het klassieke verhaal van Cato de Jongere, die zichzelf van het leven beroofde toen bleek dat de Romeinse Burgeroorlog die hij tegen Julius Caesar voerde niet meer te winnen was. De teloorgang van de Romeinse Republiek en het vooruitzicht verder te leven onder een tiran maakte dat hij zelfmoord verkoos.

Dus de ratio is het allerbelangrijkste bezit van de mens. Maar wat is dan die ratio? Om dit te verhelderen, en meteen toepasbaar te maken op het onderwerp van geluk, introduceerden de Stoïcijnen de tweelingbegrippen van uitmuntendheid en onvolkomenheid. Uitmuntendheid kan begrepen worden als een gezonde interne houding van je ziel, die leidt tot geluk. Onvolkomenheid is het tegenovergestelde en produceert chaotische en ziekelijke staten van zijn. Uitmuntende handelingen en gedachten zijn 100% goed. Onvolkomen handelingen en gedachten zijn 100% slecht.

Tussen deze twee polen ligt een categorie gedachten, handelingen en omstandigheden die goed noch slecht zijn en waaromtrent je onverschillig zou moeten zijn. Deze hebben geen inherente functie voor het produceren van geluk. Deze categorie wordt vaak verder onderverdeeld in “geprefereerde”, “neutrale” en “niet-geprefereerde” onverschillige zaken. Zo ontstaat er een continuüm, aan beide kanten begrensd door de absolute waarden van uitmuntendheid en onvolkomenheid.

Uitmuntendheid, onvolkomenheid en onverschillige zaken.
Uitmuntendheid, onvolkomenheid en onverschillige zaken.

Alleen de gedachten en handelingen die vallen binnen het gebied uitmuntendheid zijn je aandacht waard. Ze zijn belangrijker dan alle andere zaken, waaronder je gezondheid, rijkdom, vriendschappen en status. Deze “geprefereerde onverschillige zaken” zijn weliswaar te verkiezen boven de “niet-geprefereerde” variant maar ze zijn niet essentieel voor je geluk. Daarnaast dragen ze het risico dat je er teveel in opgaat en dat kan weer leiden tot frustratie, hetgeen leidt tot heftige emoties. Die emoties vallen onder de “onvolkomen zaken” en zorgen voor ongelukkigheid.

Nu we het toch over emoties hebben, gepassioneerde emoties moeten worden voorkomen omdat ze… jawel, onvolkomen zijn. De enige correcte emoties:

  • de vreugde die resulteert uit uitmuntendheid
  • de voorzichtigheid die voorkomt dat gedachten en handelingen je wegvoeren van uitmuntendheid, en
  • het wensen dat meer uitmuntendheid voortkomt uit je Stoïcijnse beoefening

Emoties komen voort uit waardeoordelen die verbonden zijn aan impressies van de buitenwereld. Deze oordelen worden geaccepteerd (of niet) door onze vrije wil. Het is die vrije wil, en de oordelen waarop ze betrekking heeft, die je uitmuntend kunt maken. Epictetus, één van de belangrijkste Stoïcijnse filosofen, stelt de vrije wil gelijk aan het “zelf”.

Door consequent onderscheid te maken tussen de verschillende oordelen die in je opkomen maak je je vrije wil, je “zelf”, steeds puurder. Waarop moet je dan onderscheid maken? Op welke elementen in je leven je volledige invloed hebt en op welke elementen niet. De Stoïcijnse wijze (een archetypisch ideaalbeeld) houdt zich alleen bezig met de eerste categorie en nooit met de tweede. De elementen uit je leven waar je maar deels invloed op hebt vallen immers onder de “onverschillige zaken”. Het zijn in feite alleen je eigen reacties op de omstandigheden van je leven waar je volledige controle over hebt. Epictetus: “weet dat alle gunstige en schadelijke dingen van binnenuit komen”.

Het Stoïcijnse ideaal. Tussen het zelf en je oordelen staat een stippellijn. Als je je oordelen verbetert, verbeter je ook jezelf. Tussen je oordelen en je omstandigheden staat een ononderbroken lijn. Zoals een stadsmuur de stad beschermt, beschermen je oordelen jou tegen de willekeur van je omstandigheden.
Het Stoïcijnse ideaal. Tussen het zelf en je oordelen staat een stippellijn. Als je je oordelen verbetert, verbeter je ook jezelf. Tussen je oordelen en je omstandigheden staat een ononderbroken lijn. Zoals een stadsmuur de stad beschermt, beschermen je oordelen jou tegen de willekeur van je omstandigheden.

Deze reacties – en daarmee de controle erover – vinden op dit moment plaats. Dit moment is dus waar je beoefening plaats moet vinden. Het verleden is al gebeurd. Kun je niets meer aan doen. De toekomst moet nog gebeuren. Heb je geen volledige controle over. Het nu is een gegeven. Het enige dat je aan het nu kunt beheersen zijn je oordelen erover. Uitmuntendheid ligt in het besef dat je je voornamelijk met je oordelen op dit moment moet bezighouden. Tenminste, als je gelukkig wilt zijn.

Behulpzame concepten hierbij zijn het letten op verlangen en afkeer. Beide staten proberen iets te beïnvloeden dat zich niet volledig binnen jouw macht bevindt. De aanwezigheid van verlangen of afkeer is volgens de Stoïcijnen onvolkomen en moet zoveel mogelijk worden beperkt. Hoe beperk je verlangen en afkeer? Door je te beseffen dat de zaken waarop ze betrekking hebben niet (volledig) binnen je macht liggen, en dus goed noch slecht zijn.

De oefeningen
Afgezien van de Stoïcijnse filosofie, die de gemiddelde moderne wereldburger soms wat al te ascetisch in de oren kan klinken staan de Stoïcijnen vooral bekend als beoefenaars van een groot aantal geluksverhogende oefeningen. Hieronder volgt een selectie.

Negatieve visualisatie
Stel je voor dat je ergste angst is bewaarheid. Je nieuwe auto is gestolen. Je wordt ontslagen. Je partner is ervandoor, je kinderen verkracht en vermoord, al je bezittingen verbrand. Je bent ongeneeslijk ziek. Je wordt gemarteld. Je staat op het punt om te sterven.

Waarom zou iemand zich in vredesnaam al deze folteringen gaan zitten inbeelden?! Een logische eerste reactie van iemand die zich wel leukere dingen kan voorstellen. Toch is het niet zo’n vreemde gewoonte, en eentje die – als je er eens kalm op reflecteert – misschien vaker in je opkomt dan je in eerste instantie zou denken. Waarom zet je je fiets op slot? Omdat je je kunt voorstellen dat hij gestolen wordt. En dat zou minder prettig zijn want dan moet je lopen. Bovendien moet je een dure nieuwe fiets kopen. Je hebt wel iets beters te doen. Je beeldt je vast wel vaker situaties in waar je stilstaat bij het verlies van de dingen die je op waarde schat. Om manieren te bedenken om te voorkomen dat dat verlies daadwerkelijk plaatsvindt.

Er is een tweede reden waarom het regelmatig stilstaan bij mogelijk verlies psychologisch voordelig kan zijn: om jezelf alvast een beetje te gewennen aan de mogelijkheid van dat verlies. Dan doet het niet zo’n pijn als het daadwerkelijk gebeurt. Daarom hebben de meeste mensen allerlei verzekeringen; om te voorkomen dat nare dingen die zouden kunnen gebeuren een al te grote impact op ons hebben.

Veel dingen vallen echter moeilijk te bewaken, of te verzekeren. Er is een derde reden waarom het psychologisch gunstig is om regelmatig stil te staan bij het verlies van de mensen en voorwerpen in je leven die je het meeste doen. Als je regelmatig stilstaat bij de essentiële tijdelijkheid ervan kun je meer waardering opbrengen voor hun aanwezigheid in jouw leven op dit moment.

We hebben de neiging om de aanwezigheid van mensen en voorwerpen in ons leven voor lief te nemen; zeker na verloop van tijd. We richten ons eerder op de dingen die niet helemaal perfect (meer) zijn – op de volgende nieuwe auto, nieuwe partner, nieuwe baan – dan op de dingen die min of meer stabiel zijn. Het bespiegelen op het verlies van deze stabiele – waardevolle – dingen maakt dat je ze meer waardeert. Epictetus raadt aan om tijdens het omhelzen van je kind even stil te staan bij de mogelijkheid dat ze morgen kan sterven. De ouder die dit regelmatig doet zal de samen doorgebrachte tijd positiever waarderen en wellicht intenser beleven dan de ouder die er impliciet van uitgaat dat het allemaal altijd maar door blijft gaan.

Zo is het ook goed om regelmatig stil te staan bij je eigen overlijden. Er is weinig meer motiverend om zoveel mogelijk uit het huidige moment te halen dan de reflectie dat het zomaar voorbij zou kunnen zijn. Als je dit goed aanpakt kun je een flink stuk positieve levensenergie aanboren, dat je waarschijnlijk niet had gehad als je deze oefening niet had gedaan. Het is dan ook niet zo dat deze oefening je pessimistisch of depressief maakt. Sterker nog, het zijn vaak de mensen die nooit stilstaan bij de eindigheid van dingen en die almaar achter nieuwe dingen, ervaringen en mensen aanjagen, die hun kinderlijke verwondering eigenlijk nooit meer hervinden. De oefening van negatieve visualisatie heeft de kracht om die kinderlijke toestand nieuw leven in te blazen door je te laten stilstaan bij de vergankelijkheid van alle bezittingen, ervaringen en mensen.

Het is wel goed om aan te geven dat je dit niet de hele godganse dag moet gaan zitten doen. Het is een beetje als koken met zout; een snufje hier of daar maakt een gerecht lekkerder door de verschillende smaken te versterken. Met teveel zout bederf je het gerecht. Bovendien is het niet de bedoeling dat je deze oefening vanuit angstigheid gaat beoefenen. Negatieve visualisatie is bedoeld als een rationele, intellectuele bespiegeling op de vergankelijkheid van de dingen in je leven. Zo gauw je emoties een te grote rol gaan spelen is het goed om er weer even mee op te houden. Het is dan misschien ook goed om eens vriendelijk te onderzoeken waarom deze emoties opkomen. Verbind je je geluk misschien iets teveel aan zaken die niet binnen je invloedssfeer liggen?

Discipline
Wanneer er een zintuiglijke impressie of gedachte binnenkomt heeft je vrije wil de optie om deze goed of af te keuren. Vaak gebeurt dit goed- of afkeuren echter automatisch, als gevolg van regels die je impliciet hebt opgesteld. Hoe ouder je wordt, hoe meer van dit soort regels je hebt. Hoe meer je dus op de automatische piloot leeft. Vaak zijn de regels op basis waarvan dit automatisme functioneert niet opgesteld naar aanleiding van Stoïcijnse wijsheid. Daar is niets mis mee; maar het zorgt er wel voor dat je – volgens de Stoïcijnen – niet altijd correct leeft.

Als je dit wilt veranderen en wilt toewerken naar een gelukkiger leven dan is het een goed idee om je zo bewust mogelijk te zijn van dit proces van goed- en afkeuring. Dat betekent dat je je op zoveel mogelijk momenten in je leven bewust bent van de oordelen die in je opkomen. Alleen dan kun je besluiten welke oordelen wel en welke niet handig zijn. Dit proces van bewustwording lijkt een beetje op het Boeddhistische mindfulness-concept dat we in het volgende hoofdstuk bespreken. Er is echter geen sprake van verdere historische parallellen tussen de beide tradities.

Hier – in het moment tussen het oordeel en je goed- of afkeuring ervan – wordt het onderscheid tussen uitmuntendheid, onverschilligheid en onvolkomenheid van groot belang.

  • Als het oordeel met iets te maken heeft dat binnen je invloedssfeer ligt, kun je het goedkeuren.
  • Als het iets externs is dat al gebeurd is of nu aan het gebeuren is, accepteer het dan.
  • Als het oordeel te maken heeft met een toekomstige situatie, wees er dan onverschillig over.

Deze oefening kan erg intensief zijn en vereist een zekere onthechting van de inhoud van je ervaring op ieder moment. Daarom kan een gestructureerde oefening zoals mindfulness meditatie, yoga of t’ai chi ch’uan ondersteunend werken.

Dagelijkse reflectie
Het kan een goed idee zijn om iedere dag te beginnen met het in herinnering roepen van bepaalde voornemens, zoals de Stoïcijnse keizer Marcus Aurelius:

Zeg iedere ochtend tot jezelf: Vandaag zal ik allerlei mensen ontmoeten. Bemoeials, bedriegers, vrekken. Ondankbare, onmatige en afgunstige mensen. Ze werden zo omdat zij goed niet van kwaad kunnen onderscheiden. Maar ik vind het belangrijk om zo goed mogelijk te leven zodat ik zo gelukkig mogelijk door het leven kan gaan.
Anderen kunnen mij niet kwetsen want ik kan hun lelijke kanten bij hen laten zonder me te laten raken. Ik kan niet boos worden op mijn naaste of hem haten, want we bestaan om samen te werken. Onze boven- en ondertanden werken tenslotte ook met elkaar samen. Elkaar tegenwerken, ons aan elkaar ergeren en afkeer van elkaar hebben is contraproductief en veroorzaakt ongelukkigheid. Ik zal me hieraan niet schuldig maken.

vrij naar Marcus Aurelius, Overpeinzingen 2:1

Je kunt dit iedere avond aanvullen met een inventarisatie van hoe het gegaan is. Zo maak je jezelf steeds weer bewust van je voornemens en word je steeds gevoeliger voor het belang van discipline.

Jezelf dingen ontzeggen
Maak het niet te bont, en breng jezelf niet in gevaar. Begin met iets dat je gemakkelijk aankunt en probeer de volgende keer iets dat een klein beetje “erger” aanvoelt. Maak er geen dagelijkse praktijk van, maar zie het meer als een oefening die je incidenteel kunt doen. Let vooral op je reacties terwijl je deze dingen (niet) doet; hou het ideaal van de Stoïcijnse wijze in gedachten.

  • Kleed je expres (iets) te koud voor het weer.
  • Experimenteer met het ervaren van honger. Tijdelijk niet of minder eten dan je nodig hebt kan je leren minder reflexmatig te reageren op allerlei signalen die je lichaam afgeeft.
  • Neem een week lang alleen maar koude douches.
  • Expres niet de (af-)wasmachine gebruiken.
  • Als je een pijntje hebt, eens een keer niet meteen naar de pijnstillers grijpen.

Als je een dagelijkse gewoonte hebt, doe dat dan eens een hele dag (of een hele week) niet. Dit kan bijzonder interessant zijn voor rokers, koffiedrinkers, snoepers, chips- en chocolade-eters, masturbeerders, facebookers, smartphone-verslaafden, klagers, neuspeuteraars, nagelbijters, TV-kijkers, verkeers-agressievelingen en nog heel veel andere types.

Het tijdelijk afzweren van de luxes waar je aan gewend bent heeft twee effecten. Ten eerste maakt het je sterker omdat je gaandeweg merkt dat je ze niet echt nodig hebt. Ten tweede ervaar je een hernieuwde waardering voor de luxes waar je iedere dag zonder nadenken gebruik van maakt. Deze oefening versterkt je karakter door je meer onafhankelijk te maken van je alledaagse hulpmiddelen.

Tot zover deze introductie op de Stoïcijnse oefeningen en filosofie. Ik hoop dat duidelijk is geworden dat de Stoïcijnse levenswijze niet hardvochtig of pessimistisch hoeft te zijn. Integendeel. Door continu stil te staan bij de vraag of een bepaalde gedachte of impressie vatbaar is voor je persoonlijke geluk kun je ieder moment van je leven gebruiken om te oefenen met gelukkig zijn. Er zijn weinig ideeën die een dergelijke optimistische kijk op de menselijke capaciteit voor geluk aan de dag leggen.

Laten we kijken welke oefeningen de Boeddhisten hebben ontwikkeld.

Geef een reactie