De menselijke zoektocht naar geluk

Voor het grootste deel van de menselijke geschiedenis waren oorlogen, hongersnoden en epidemieën een gegeven. Lijden en dood waren integraal onderdeel van het leven.

Het is tegenwoordig een stuk beter, hier in het Westen althans. We hebben al zeventig jaar geen oorlog, hongersnood of epidemie meer meegemaakt.

Nu houden we ons in toenemende mate bezig met het nastreven van geluk.

Hoe word je gelukkig?

Maar hoe word je gelukkig? Als je gelovig bent is het redelijk eenvoudig: je kunt simpelweg de regels die god heeft opgesteld volgen.

Maar niet alle godsdiensten hebben iets te zeggen over het concept van menselijk geluk. En veel mensen geloven nu eenmaal niet in een traditionele religie. Wat moeten zij dan doen?

Het standaardantwoord is dat ze zich zouden moeten richten op de religie die vandaag de dag dominant is: het economisch liberalisme. Deze leer is gegrondvest op het geloof in humanisme, dat voorschrijft dat de mensheid niet alleen in staat is om haar eigen toekomst te bepalen, maar dat ze er de beste kandidaat voor is, waarmee de mensheid in directe competitie komt met de traditionele rol van god.

Als je nou maar meedoet met de markteconomie, zo gaat de gedachte, en als alle kunstmatige toegangsdrempels zoveel mogelijk zijn verwijderd, dan kan de mensheid oneindig lang leven en gedijen. Bovengrenzen aan de groei zijn illusoir; een gedachte die geregeld wordt bevestigd door nog altijd toenemende opbrengsten van agrarische en industriële productie. Zelfs de grenzen die onze planeet ons oplegt kunnen op de lange duur worden overstegen, in eerste instantie door anders om te gaan met onze schaarse hulpbronnen en uiteindelijk wellicht door de planeet in zijn geheel achter te laten.

In dit licht bezien worden klimaatverandering en de verspreiding van nucleaire wapens, naast aanjagers voor beangstigende scenario’s, vooral ook kansen voor menselijk vernuft.

Het klopt dat onze collectieve verbeelding ons tot nu toe nog niet in de steek heeft gelaten. Ik ben dan ook optimistisch over de kansen van (een deel van) onze nakomelingen om goed te boeren in de komende tijdperken. De mensheid zal waarschijnlijk niet uitsterven.

Ik maak me dan ook niet zo druk over het menselijke bestaan, maar meer over het menselijk geluk. Voor gelovigen in economisch liberalisme cq humanisme staat gedijen gelijk aan gelukkig zijn. Maar dat geloof wordt niet gestaafd door de data.

Om te begrijpen waarom dat is, is het allereerst goed om te kijken wat geluk precies is. Natuurlijk ben ik verre van de eerste denker die zich met het menselijk geluk heeft beziggehouden, dus laten we eens onderzoeken wat anderen er al over hebben gezegd. Termen als subjectief welbevinden en bevrediging met het leven komen vaak voor. Beide termen impliceren dat geluk een subjectieve ervaring betreft; ze is vooral een interne aangelegenheid voor de persoon die het ervaart. Sommige mensen kunnen gelukkig zijn in een gevangenis terwijl anderen het geluk niet kunnen vinden op een paradijslijk eiland.

Geluk is dus geen objectief waarneembare realiteit. Terwijl uit onderzoek blijkt dat een toename in jaarinkomen een positieve correlatie vertoont met een overeenkomstige toename in subjectief welbevinden, lijkt die overeenkomst snel op te houden wanneer het jaarinkomen een zeker punt heeft bereikt. In de VS in 2010 werd dit punt gevonden op $ 75.000 per huishouden. Als je meer verdient blijft de toename van je dagelijkse geluk achter bij de toename van je inkomen.

Als je verwacht dat een groter salaris je veel gelukkiger zal maken dan kom je dus van een koude kermis thuis. En toch jagen we als lemmings achter vettere bankrekeningen en meer consumptiegoederen aan, in de verwachting dat deze dingen ons gelukkig zullen maken.

Maar dat gaat niet gebeuren. En wel hierom.

De geluksschaal

Subjectief geluk is een balans tussen vele kleine pleziertjes en vele kleine verdrietjes. Sommige pleziertjes hebben de macht om je heel even heel gelukkig te maken terwijl ze op de langere termijn veel ongeluk veroorzaken. Andere pleziertjes hebben een langere levensduur en minder bijeffecten. Drie voorbeelden.

Het gebruiken van heroïne kan de eerste paar uur heerlijk aanvoelen, voordat de euforie geleidelijk afbouwt naar het beginpunt en verder omlaag, totdat je je depressief genoeg voelt om het nog een keer te willen gebruiken. Alleen maar om die high weer te ervaren, die overigens om psychofarmacologische redenen waarschijnlijk niet net zo lekker zal aanvoelen. Om ervoor te zorgen dat de ervaring überhaupt krachtig blijft zul je de dosis moeten verhogen om te compenseren voor de opbouw van tolerantie. Als je blijft gebruiken, terwijl je periodiek je dosis verhoogt om de euforie van de eerste ervaring weer te kunnen ervaren (wat op zichzelf al een riskante strategie is omdat je het risico loopt om te overdoseren waardoor je kunt stikken), dan wissel je steeds minder sterke extase in voor steeds langer durende kwellingen.

Stel je een schaal voor van 0 tot 100, waar 0 staat voor veel moeite doen om een klein pleziertje op de korte termijn te produceren terwijl het leidt tot veel wanhoop op de langere termijn. En 100 staat dan voor bijna geen moeite doen om plezier te produceren dat oneindig lang duurt en dat geen neveneffecten heeft. Op zo’n schaal is het geluk dat wordt verwekt door het gebruiken van heroïne vlakbij de 0. Waarom? Omdat het geluk niet duurzaam is en vrij snel het tegenoverstelde effect krijgt.

Het kan prettig zijn om je te wentelen in slachtofferschap. Het niet accepteren van verantwoordelijkheid voor een onprettige gebeurtenis die je beleeft kan op de korte termijn goed voelen, zeker wanneer vrienden met je meeleven en als jij het ook niet erg vindt om anderen de schuld te geven van jouw ongeluk. Dit soort geluk is echter niet erg duurzaam. Je gééft immers om je ongeluk – anders zou je er niet zo over klagen – maar je voelt je onmachtig om er iets aan te doen. Dit zorgt voor interne wrijving en dat is niet goed voor je geluksgevoel op de lange termijn. Helaas leidt regelmatig klagen doorgaans tot nog regelmatiger klagen. En voordat je het weet ben je één van die mensen die niet lijkt te kunnen ophouden met klagen, verontwaardigd of boos zijn.

Op onze 0 tot 100 schaal valt dit type pleziertje rond de 20. Ten eerste omdat het plezier niet zo lang duurt en ten tweede omdat dit patroon van b-keus wel-klagen-maar-niets-doen plezier de neiging heeft om zich in te nestelen en dat werkt interne verdeeldheid in de hand.

Het geluksvacuüm

Neem wel verantwoordelijk voor je eigen leven en de resultaten ervan, zoals het humanistische/liberale dogma dicteert, en dan kun je schathemeltje rijk worden. Of niet. Als je alles precies goed doet en hogerop komt dan kun je rekenen op een dosis geluk als je verlangens (tijdelijk) zijn gestild. Dat geluk maakt meestal echter gauw weer plek voor nieuwe verlangens en ambities waardoor jij maar blijft graaien en grijpen naar datgene dat je een nieuw shot geluk kan toedienen. Dit proces heeft niet echt een eind, omdat er altijd wel iets nieuws is om te willen, en gestilde verlangens zelden volledig bevredigen.

Geluk dat op deze manier ter wereld komt is onderhevig aan een bepaald maximum, zeg 80 op onze schaal. Het hoeft niet per se 80 te zijn, 99,99 mag ook, het specifieke getal maakt niet zoveel uit. Wat relevant is dat mensen een geluksvacuüm ervaren, terwijl hun korte-termijn behoeften al lang zijn bevredigd. Dit vacuüm lijkt niet te worden gevuld door meer verantwoordelijkheid te nemen, meer te werken, meer geld te verdienen, meer macht, seks of roem te hebben.

Waarom niet?

Gelukkig voor ons is dit een eeuwenoud fenomeen. Over de afgelopen millennia hebben filosofen en andere wijzen best veel te zeggen gehad omtrent dit geluksvacuüm.

De consensus lijkt te zijn dat het gebruiken van je geest om te beredeneren waarom je nou niet gelukkig bent lijkt te zorgen voor een onverbrugbare kloof tussen de ideale situatie van volledig geluk en de ervaring van rationeel denken dat op zoek is naar problemen die opgelost kunnen worden, waaronder dus het probleem dat je niet gelukkig bent. Het intellectualiseren van het probleem kan het probleem niet oplossen.

Maar daar houdt de consensus op. De meningen zijn verdeeld over hoe je (jij) de overblijvende 20 (of 0,01) punten op de geluksschaal kunt overbruggen. Hieronder werpen we een korte blik op vijf antwoorden, die elkaar soms deels overlappen.

De “Science of Happiness”

Dit is een recent wetenschappelijk vertoog dat levensbevrediging onderzoekt op een aantal verschillende dimensies. Het totaal van zo’n onderzoek zou zich moeten vertalen in een algehele geluksscore voor het individu.

De voorgestelde dimensies omvatten lichamelijk geluk (fitness, gezondheid), vriendschap en een zinvol sociaal leven, de ervaring van flow, optimisme en betekenis. Het is een prima begin om te inventariseren welke elementen er van belang zijn voor menselijk geluk.

Het probleem met deze aanpak is dat het op zoek gaat naar gebieden waar je nog aan moet werken als je niet voldoende geluk ervaart. Maar het werken aan een vaag omschreven onderwerp als “betekenis” heeft weinig praktische waarde voor de ongelukkige. Ze ervaart namelijk momenteel geen geluk in haar leven, waardoor ze dus minder gelukkig is dan ze zou willen. Het “wetenschappelijke” antwoord dat ze maar op zoek moet naar een soort religie komt me iets te gemakzuchtig over.

Een verder probleem is de aanname dat er iets moet gebeuren dat het geluk dichterbij brengt. Dat geluk een bestemming is die alleen kan worden bereikt door het ondernemen van een pad, een reis, een odyssee. Dit mag overeenkomen met de mythologie van de Heldenreis en het proces van het aanleren van een vaardigheid, maar het is nog helemaal niet duidelijk dat geluk beantwoordt aan dit soort mechanismes.

Wetenschap of niet, duurzaam geluk lijkt ons nog altijd te ontglippen. Dat betekent natuurlijk niet dat de wetenschap niet moet trachten relevant te blijven bij het beantwoorden van deze vraag. Ik nodig je graag uit om op de hoogte te blijven van alle wetenschappelijke ontwikkelingen op dit vlak. Laten we, voor nu, echter nog even verder kijken.

Epicurus en de zoektocht naar geluk

De ethische school die opgericht werd door Epicurus gelooft dat het gunstig is om zo onafhankelijk mogelijk te zijn van externe zaken. De ervaring van innerlijke rust (ataraxia) zorgt voor groter geluk. Ataraxia wordt tot stand gebracht door hedonisme, wat in deze context een andere betekenis heeft dan je wellicht zou vermoeden.

Van nature neigt iedereen naar het opzoeken van genot en het vermijden van pijn. Hedonisme, volgens Epicurus, is het onderscheiden van verlangens en pijn die geluk in de hand werken en het ontwijken van alle andere pijnen en verlangens. Hoe doe je dat?

Het verlangen om lichamelijke pijn te elimineren is een voorbeeld van een verlangen dat geluk in de hand werkt. In de afwezigheid van lichamelijke pijn wordt een neutrale staat bereikt waar andere verlangens verstillen en we in staat zijn om de innerlijke rust te ervaren. Het najagen van onnodige verlangens, zoals het verlangen naar een grotere, betere, meer verleidelijke versie van iets dat we al bezitten of wat voor uitspatting dan ook – de huidige definitie van hedonisme – wordt uitdrukkelijk als ongewenst verklaard omdat het leidt tot onvermijdelijke pijn.

Het overdenken van plezierige gebeurtenissen uit het verleden en het genieten van bescheiden pleziertjes leidt tot die innerlijke rust en sterkt je bovendien om onnodige pijnen en verlangens het hoofd te bieden.

Onnodige pijn is de pijn die we onszelf aandoen door te geloven in de straf van de goden of door het vrezen van de dood. Volgens Epicurus geven de goden niet genoeg om ons om ons te straffen en is het vrezen van de dood eigenlijk maar raar. De dood is betekenisloos voor zowel de levenden als de doden, dus kunnen we er ons maar beter niet teveel zorgen over maken.

Yup. De filosoof heeft gesproken. Je kunt ophouden met bang zijn voor de dood.

Simpel nietwaar? Misschien iets te simpel, althans naar mijn smaak. Zullen we kijken of de stoïcijnen iets overtuigender overkomen?

De stoïcijnse zoektocht naar geluk

Stoïcijnen geloven dat geluk (Grieks: eudaimonia) voortkomt uit het vaardig vormgeven van je “morele karakter”, dat wordt bepaald door je oordelen en reacties op de dingen die gebeuren in je leven.

De belangrijkste vraag die een Stoïcijn zich stelt is de vraag in hoeverre ze invloed heeft op een situatie. Een juist begrip van of iets “aan jou” is bepaalt de deugdelijkheid van je morele karakter. Het geloof dat je gezondheid of je weelde zich volledig binnen jouw invloedssfeer bevindt is ondeugdelijk.

Het enige dat zich geheel binnen jouw macht bevindt is de autoriteit over jezelf en de beslissing of externe gebeurtenissen je kunnen raken. Het vermogen om je aan te passen aan veranderende omstandigheden, om niets als “slecht” te beoordelen maar hooguit als onvoldoende om je morele karakter te overweldigen, voor een Stoïcijn is dat het enige “goed” dat ertoe doet.

Externe gebeurtenissen zelf zijn goed noch slecht, men behoort er slechts onverschillig tegenover te staan. Deze “onverschillige” goederen en gebeurtenissen kunnen nog altijd een positieve of negatieve “voorkeur” genieten, maar ze kunnen nimmer werkelijk goed of slecht zijn.

Je zou kunnen beargumenteren dat dit hele verhaal van “deugd of ondeugd, goed of slecht” niet veel meer is dan een semantische discussie. Hier ligt dan ook de crux: volgens het Stoïcisme zijn het niet de gebeurtenissen van onze levens zelf die onze innerlijke rust verstoren maar onze oordelen dienaangaande. We moeten daarom ernaar streven om onze oordelen altijd te beheersen. In de woorden van de Romeinse Stoïcijn Epictetus (Encheiridion, 20):

Onthoud dat beledigingen of vuistslagen zélf geen schande zijn, maar je oordeel dat ze dat zijn. Als iemand je boos maakt, weet dan dat het je eigen gedachten zijn die je boos hebben gemaakt. Neem je dus voor om niet verdwaald te raken in je oordelen. Want je zult het gemakkelijker vinden om jezelf te beheersen als er wat tijd voorbij is gegaan.

Aardige theorie. Maar hoe moet je dit aanpakken? Er zijn vele oefeningen die de Stoïcijnen hebben bedacht en ze vallen allemaal onder één of meer van de volgende drie Disciplines.

De discipline van het verlangen houdt in dat je je best doet om je verlangens te beperken tot wat “aan jou” is. Ontwikkel het bewustzijn van wat werkelijk goed is: je eigen oordelen.

Het is prima om onverschillige goederen of gebeurtenissen met een positieve voorkeur (zoals gezondheid, weelde of status) na te streven als je het niet laten kunt, maar je moet er dan echt zorg voor dragen om geen waarde te hechten aan de resultaten van dit streven. Dit wordt de discipline van handeling genoemd.

Wanneer een externe gebeurtenis plaatsvindt waar emoties of andere sensaties bij betrokken zijn dien je er zorg voor te dragen om ze nauwgezet te onderzoeken voordat je ze voor waar aanneemt. Hiervoor moet je je ratio gebruiken. Deze discipline van instemming is bedoeld als een verzegeling bovenop en beschermer van de twee eerdergenoemde disciplines.

Het handhaven van eudaimonia was van levensbelang voor talloze Stoïcijnse beoefenaars gedurende tenminste vijf eeuwen. Als dit je allemaal een beetje koud en emotioneel teruggetrokken aandoet, sta dan eens stil bij het optimisme dat ten grondslag ligt aan de Stoïcijnse levensvisie. Mensen zijn geen tragische speelballen van de lukrake bewegingen van het lot, of van toevallige omstandigheden. Stoïcijnen geloven juist (er zijn tegenwoordig inderdaad weer mensen die deze technieken toepassen en die zich Stoïcijn noemen) dat jouw geluk volledig binnen je eigen controle ligt.

De Boeddha en het eind van het lijden

Boeddha leefde in India en mogelijk honderden jaren eerder dan de Griekse grondleggers van de stromingen van Epicurus en de Stoïcijnen. Hij ging op zoek naar het eind van het menselijk lijden en onderwees het bereiken van onafhankelijkheid van de dictaten van verlangen en aversie door het doorzien van de schemerwereld van prettige en onprettige sensaties. Daarmee kon het lijden beëindigd worden en uiteindelijk de ongebonden extase van nirvana worden ervaren. Hoewel extase één van de resultaten is van de boeddhistische leer was niet het maximaliseren van geluk, maar het beëindigen van het lijden het doel.

Volgens Boeddha wordt lijden standaard toegevoegd aan onprettige ervaringen, maar ook aan prettige. Een beoefenaar kon persoonlijk ervaren hoe lijden wordt toegevoegd aan deze sensaties door de methode van mindfulness meditatie in haar leven toe te passen.

Er zijn drie types sensaties: prettig, onprettig en neutraal. Op ons huidige niveau van mindfulness zijn we min of meer blind voor de neutrale prikkels. Als je mindfulness cultiveert word je gevoeliger voor de verschillende smaken van voorheen neutrale sensaties, en daardoor open je nieuwe manieren om lijden in je leven een halt toe te roepen. Je kunt met dit proces doorgaan totdat er helemaal geen lijden meer wordt toegevoegd.

Maar wie voegt dan dat lijden toe? Jij, dus. Waarschijnlijk doe je het op dit moment, terwijl je dit zit te lezen. Door aan te nemen dat onprettige prikkels vermeden moeten worden en prettige nagejaagd, hou je dit hele lijden-genererende mechaniek intact. Goed beschouwd wijzen onze biologische verlangens en aversies ons dus in de verkeerde richting, als het gaat om duurzaam geluk.

Ze weerstaan is ook niet de oplossing, want daarmee schep je alleen maar extra lijden voor jezelf. Verlangen en aversie moeten worden begrepen, idealiter zonder te reageren en met een houding van gelijkmoedigheid, die wordt beschouwd als het toppunt van liefde.

Liefde, werkelijk? Als je het bekijkt vanuit het standpunt dat alle reacties leiden tot meer lijden, dan is misschien de beste en meest liefdevolle handeling om niet te reageren. Gelijkmoedigheid belichaamt dit en wordt tegelijkertijd met mindfulness ontwikkeld, in boeddhistische meditatie.

Hoewel menselijk geluk niet het expliciete doel is van deze beoefening is het logisch invoelbare resultaat dat je subjectieve geluk toeneemt terwijl je lijden afneemt. Hoe beter je begrijpt dat het je gewoonlijke reacties op de kleine pleziertjes en probleempjes van het leven zijn die lijden toevoegen, hoe waarschijnlijker het is dat je langzamerhand zult ophouden met zoveel lijden toe te voegen, en dat maakt je gelukkiger.

Een vijfde kijk

In weerwil van het humanistische/liberale ethos lijkt het erop dat het bovenste echelon van geluk onafhankelijk is van de externe omstandigheden waarin iemand zich bevindt. Het berust eerder op de interne werkelijkheid van je attributies. Het is contra-intuïtief dat hoe meer je ophoudt met het proberen invloed uit te oefenen op je omgeving, met je stempel op de wereld willen drukken, hoe gelukkiger je wordt.

Samen met, en toch ook soms helemaal los van de hierboven genoemde gedachten omtrent geluk, hebben verschillende spirituele tradities oefeningen ontwikkeld die met dit inzicht lijken overeen te komen. In hoeverre je in staat bent om deze oefeningen en houdingen in je leven vorm te geven is een veel betere indicator van duurzaam geluk dan materiële weelde, kennis of inkomen.

Zonder nou per se buitenaardse noties van deugdelijkheid, moreel karakter of lijden te hoeven aannemen is het toch prima mogelijk om gewoon één of meerdere van de volgende houdingen en oefeningen in je leven te incorporeren. Je kunt je geluk zien stijgen tot voorheen ongekende niveaus. Overigens betekent dit niet dat de hierboven behandelde tradities ons niets te leren hebben. Om met de Stoïcijnen te spreken, dat is volledig aan jou.

Het loslaten van resultaten is een prima beginpunt, vooral waar het de relatie met jezelf betreft. De reis is belangrijker dan de bestemming. Het is ook weer niet de bedoeling dat je een vrijblijvende, onverantwoordelijke houding aanneemt, maar neem niet aan dat beloning en straf de enige of beste manier is om je eigenbelang na te streven. Eerlijkheid is wellicht een betere manier. Beschouw eerlijk welke van twee manieren om iets aan te pakken de beste is en laat de inferieure manier gaan. Veroordeel jezelf niet als je terugvalt in oude patronen maar neem je voor dat dit een incidentele gebeurtenis is.

Voor het externe leven is het loslaten van resultaten ook goed advies. Stel doelen, maak plannen, evalueer. Doe altijd je best. Als je faalt, neem dan verantwoordelijkheid voor je fouten en leer ervan. Maar verbind je niet aan resultaten. Dit belichaamt een subtiel begrip dat er vele dingen kunnen gebeuren die het resultaat van een situatie kunnen beïnvloeden, dat het toestaan dat resultaten je basisgeluk kunnen veranderen op zijn minst onbehulpzaam is. Voor zover het je geluk betreft zijn resultaten irrelevant.

Dankbaarheid helpt je met het richten op de 99,999% van je leven die eigenlijk prima gaan, in plaats van steeds maar die 0,001% die wat aandacht nodig hebben te gaan zitten uitvergroten. Dankbaarheid kan verdriet verzachten door je te richten op de redenen voor je verdriet: de fijne herinneringen aan de persoon, de kans of het object dat je bent verloren. Het benadrukken van de positieve elementen die zich schuilhouden in negatieve emoties helpt je beter begrijpen waar ze vandaan komen en ook hoe eenvoudig ze kunnen worden veranderd in positieve emoties.

Vrijgevigheid, compassie, empathie en andere vormen van vriendelijkheid kunnen je de verbondenheid met de mensen om heen helpen beseffen, waardoor de deur open kan naar het ervaren van positieve emoties zoals vreugde en liefde. Geven bevredigt meer dan ontvangen. Liefde laat je zien waar je lijkt op anderen en dat bevordert een ervaring van verbondenheid en openheid, wat ook weer leidt tot positieve emoties. Het is ook prima tegengif tegen boosheid en verzet.

Nederigheid moedigt je ego aan om enkele van zijn annexaties los te laten. De Waarheid, bijvoorbeeld, of Gelijk Hebben, Alles Weten of zelfs Het Laatste Woord Hebben. Een kleiner ego heeft minder te verdedigen en is beter in staat om vooroordelen te doorzien en een echte verbinding te maken.

Hiermee verbonden is het inzicht dat je eigenlijk niets persoonlijk zou moeten opvatten. Als je er over nadenkt is dat best goed advies. Jij neemt de andere mensen in je omgeving ook niet objectief waar. Je ziet ze door de lens van je meningen, verwachtingen en oordelen uit het verleden. Dit geldt alleen voor anderen, maar ook voor jezelf; je ziet jezelf maar zelden objectief. De wetenschap heeft een grote verzameling menselijke cognitieve fouten en tendensen gecatalogiseerd die het vrijwel onmogelijk maken om werkelijk objectief te zijn bij het interpreteren van je waarnemingen, laat staan van op eerdere waarnemingen gebaseerde herinneringen, gedachten, oordelen en verwachtingen. Het proces van jezelf ten diepste leren kennen kan een leven lang duren. Als jij jezelf al niet kent, hoe kun je dan verwachten dat anderen begrijpen wie je bent? Als je dit inzicht werkelijk integreert dan wordt het logisch om op te houden met dingen persoonlijk opvatten.

Nieuwsgierigheid gaat angst tegen. Probeer het maar, de volgende keer dat je een klein beetje angstigheid ervaart. Verzamel de moed om nieuwsgierig te zijn naar wat er werkelijk gebeurt op dat moment, bijvoorbeeld op het niveau van je lichamelijke ervaring, en blijf er bij aanwezig. Merk op hoe je lichamelijke sensaties zich ontwikkelen. Je zult wellicht redelijk snel merken dat de ervaring van bezorgdheid of spanning een beetje is afgenomen ten faveure van nieuwsgierigheid. En dat is een fijnere ervaring, die je openstelt naar jezelf en de wereld om je heen.

Hou op met het beoefenen van schaamte, schuldgevoel en het bestraffen van jezelf. Het is niet erg gezond om daar veel mee bezig te zijn. Vergelijk het met de heroïne-ervaring die we eerder bespraken. Deze “oefeningen” verschaffen je met een klein pleziertje nu in ruil voor veel pijn naderhand. Als je merkt dat je er toch mee bezig bent, wees dan aanwezig bij het proces en ook bij het onderliggende oordeel. Verzet je nergens tegen, maar ga ook nergens in mee. Observeer eenvoudigweg alles dat in je opkomt, zonder te reageren. Don’t feel bad about feeling bad.

Natuurlijk is dit slechts een korte oppervlakkige behandeling die verre van compleet is. Er zijn vast andere oefeningen die relevant zijn. Het gemeenschappelijke element dat ze delen is dat ze je langzamerhand overhalen om jezelf, de dingen die je overkomen en de verhalen die je jezelf vertelt niet zo serieus te nemen. Wellicht is dat één van de ingrediënten die verantwoordelijk zijn voor de kracht van deze oefeningen om je geluksvacuüm te overbruggen.

Geluk als uitgangspunt in plaats van bestemming

Je gelukkig “denken” werkt niet, dat ben je denk ik met me eens. Het najagen van een nieuw verlangen of een nieuwe ambitie zal ook niet opeens magischerwijs je wens voor duurzaam geluk vervullen. Dat zou ook gek zijn aangezien in het verleden de vervulling van je verlangens of ambities ook niet heeft geresulteerd in houdbaar geluk. Ik stel voor dat het te maken heeft met de gedachte dat je Ergens Moet Komen om gelukkig te zijn.

Misschien is duurzaam geluk eerder een reis dan een bestemming. Zou het kunnen dat je helemaal niets hoeft te doen om duurzaam geluk te ervaren? Dat je het niet hoeft te verdienen of hoeft na te streven?

In plaats van iets te doen in de verwachting dat het je “gelukkig maakt”, probeer eens uit te gaan van het niveau van geluk dat je momenteel ervaart, terwijl je je dagelijkse leven losjes besprenkelt met oefeningen en waardes die je geluk kunnen handhaven en ontwikkelen.

Je zou de vijf bovengenoemde aanpakken eens nader kunnen onderzoeken om je ervaring op de 0-100 geluksschaal te maximaliseren en om de overtuiging dat geluk iets is dat nagejaagd moet worden aan de kaak te stellen. Op die manier wordt geluk misschien het uitgangspunt van nieuwe intenties, gedachten, woorden en handelingen – van compleet nieuwe projecten – in plaats van het gewenste resultaat.

Ik hoor graag wat je van dit artikel vindt. Je kunt hieronder wat commentaar achterlaten als je wil.

Geef een reactie