Omlijst je leven

Ik heb lang gedacht dat religie iets was voor mensen die het zelf niet kunnen rooien in het leven. Dat kerken en moskeeën vol zaten met mensen die een schuilplaats zoeken om veilig met anderen hun eigen verantwoordelijkheid af te wentelen op een hogere macht. Om derden uit te sluiten – in de naam van Liefde.


Dit artikel is een vervolg op Plan je leven, wees succesvol. Het is het tweede deel in een reeks van elf.


“Waar heb ik die onzin voor nodig? Bewijs eerst maar dat god bestaat, dan praten we misschien verder.” Dat was lange tijd mijn standpunt. In de tussentijd gebeurde 9/11, GW Bush, Irak, Darfur, de religieuze slachtpartijen in India Nigeria Indonesië, de moordpartijen op gematigde moslims in de Arabische wereld, etcetera. Ik werd er niet gematigder op. Met de briesende anti-religieuzen had ik ook weinig want voor mij was godsdienst niet iets waarmee een weldenkend mens zich uberhaupt diende bezig te houden.

Maar dat was natuurlijk onzin. Iedereen heeft een spiritueel besef, een idee van zijn plek in de ruimtetijd, het universum en voor sommigen wellicht een gevoel voor hetgeen je niet kunt waarnemen met je zintuigen. Ik liet me zo meeslepen door maatschappijkritiek en mijn persoonlijke fixatie op eigen verantwoordelijkheid dat ik vergat dat ook ik een spiritueel besef heb. Dat ik in mijn vroege tienerjaren boeken over religie en mystiek verslond alsof het chocoprinsjes waren. Dat mijn tienerexperimenten met geestverruimende middelen in eerste instantie bedoeld waren om via een soort sluiproute bij een mystieke ervaring uit te komen.

Toen die realisatie bij me binnenkwam kon ik niet anders dan eens grondig onderzoeken wat dan mijn persoonlijke spirituele besef – mijn wereldbeeld – is. Wat kom ik hier eigenlijk doen, in dit leven?

In eerste instantie kwam ik uit waar ik op mijn 15e gebleven was. Ik was de nieuwe Boeddha die – door solo de wereld in te trekken en alles te ervaren – uiteindelijk zou (her-)ontdekken wat de mensheid werkelijk vrij zou maken. Dit verklaarde een hoop losse eindjes in mijn leven, maar kon de onvermijdelijke realiteitstoets natuurlijk niet doorstaan. Tot dan toe had mijn leven geen echt radicale wendingen gekend, en was er zelfs in de dingen die ik al langere tijd deed geen ontwikkeling naar meesterschap te herkennen. Mijn leven werd – naar het zich liet aanzien – gekenmerkt door een brede belangstelling en een ondiepe ambitie. Een stevig centrum, hechte vriendschappen en wat leuke talenten. Een tolerante houding. C’est ongeveer wel ça.

Merijn de Boeddha was een leuk Romantisch ideaal, zoals mijn klasgenootjes Kurt Cobain wilden zijn – passend bij mijn 15-jarige alter ego, maar inmiddels geheel uit de tijd. Niet meer chique, eigenlijk. En toch zat daar wel iets, in het Oosten. Lang verhaal kort, ik begon te mediteren en ook in mijn dagelijks leven meer “in het moment” te staan. Toen ik me in de achterliggende filosofie verdiepte bleek dat die eigenlijk best goed bij mijn leven paste. De nadruk op het persoonlijk ervaren wat er gebeurt als alles stil wordt en je objectief naar je eigen processen gaat kijken, het vrij zijn om van de lessen te aanvaarden wat je wil en alleen maar als het voor jou werkt, het non-dogmatische. Dat er 2500 jaar geleden al iemand was die indringend naar de vraag van het menselijk lijden had gekeken en een universele weg naar de vrijheid had ontdekt. Een weg die door iedereen persoonlijk moest worden belopen. Nou ja, dat sprak me wel aan; dat en de vrijheid die ik in de meditatie vond. Het was alsof ik er nu voor kon kiezen om dieper in mezelf te kijken en te zien dat er op mijn computertje niet alleen internet explorer was (mijn gedachten), maar dat er daaronder een heel besturingssysteem draaide (mijn geest) dat ondersteunende taken verrichtte waarvan ik het bestaan voorheen niet had vermoed.

Wat heeft het mediteren me gebracht?

  1. Ik heb mezelf emotioneel veel beter in de smiezen en kan vaak aan mijn ademhaling al merken welke kant we op gaan.
  2. Ik ben een stuk dankbaarder voor dingen waar ik vroeger niet eens over nadacht, wat helpt met het relativeren van de schommelingen die bij het leven horen.
  3. Ik kan mijn gedachten beter relativeren.
  4. Ik ben tegenwoordig veel sneller in het beslissen welke elementen ik al dan niet toelaat in mijn leven, op basis van de congruentie met mijn persoonlijke doelen.
  5. Mijn moreel besef wordt nu in toenemende mate ondersteund door werkelijke, persoonlijke ervaring in plaats van een vaag idee van “hoe het zou moeten zijn”.

Ik realiseer me dat dit stuk een beetje leest als Het Evangelie Volgens Merijn. Dat is allerminst de bedoeling. Wat voor mij werkt, werkt voor jou waarschijnlijk helemaal niet. Of anders. Daarom is de eigenlijke boodschap van dit artikel ook: denk eens na over jouw spirituele kader? Waaruit vloeit jouw persoonlijke moraliteit voort?

Spiritualiteit en de daaruit voortvloeiende moraliteit hebben zo’n sterke kracht om ons leven te omlijsten – te richten, dat het bewust zijn van jouw plaats in het universum heel veel dingen in je leven op hun plaats doet vallen. Kijk naar de maatschappij als geheel: we hebben natuurlijk een scheiding tussen Kerk en Staat, en onze Nederlandse “spiritualiteit” is neergelegd in de Grondwet, met als hoofdartikel “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” Met gelijkheid als richtsnoer voor het handelen, en onze strafbare morele regels vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht vormen deze regels het kader waarbinnen wij ons tot elkaar verhouden. Waarbinnen we ons vrij kunnen bewegen. Denk ze weg en Nederland is Nederland niet meer; chaos is het onherroepelijke gevolg.

Zo werkt het ook bij ons van binnen. Je bepaalt je eigen regels, bepaalt zelf hoe groot je mag dromen. Ik ga het gewoon nog een keer aan je vragen: hoe ziet JOUW omlijsting er uit?


Lees verder in het derde deel van deze serie over het bewust aanpakken van je leven: De danser.

Geef een reactie