Mindfulness en haar oorsprong: spirituele beoefening in de Theravada traditie

Mindfulness maakt een groei in populariteit door. Het woord zelf maakt al eeuwen deel uit van de Engelse taal, en betekent van oudsher “je iets indachtig blijven”. Tegenwoordig duidt mindfulness eerder op een bepaalde manier van aandachtig en accepterend in het leven staan en deze interpretatie is in het Westen relatief nieuw.

In deze reeks artikelen ga ik op zoek naar de oorsprong van de beoefening van mindfulness. In dit artikel belichten we de boeddhistische Theravada traditie.

Uiteraard moeten we beginnen met een korte bespreking van het leven van de Boeddha; de persoon die volgens de overlevering verantwoordelijk is voor het ontwikkelen en onderwijzen van de meditatiemethodes waaruit de Westerse mindfulnessbeoefening is ontstaan.

De Boeddha en mindfulness

We schrijven 2.500 jaar geleden, rondom het jaar 500 voor onze jaartelling. In essentie was deze man op zoek naar het antwoord op het lijden dat inherent is aan het leven. Lijden is niet de enige vertaling van het door de Boeddha gebruikte woord dukkha. Een andere vertaling die veel bijval ontvangt is bijvoorbeeld onbevredigendheid. We houden voor het gemak hier de oorspronkelijke vertaling aan.

Wanneer je iets krijgt dat je niet wil, iets niet krijgt dat je wel wil, als je wordt gescheiden van iets dat je dierbaar is of wordt verenigd met iets dat je veracht; in al deze omstandigheden ontstaat er lijden. Het is dat lijden dat steeds opnieuw wordt geboren in allerlei verschillende gedaanten. Dit is de diagnose die de Boeddha geeft.

Bij een diagnose hoort natuurlijk een genezingsrecept en het Boeddhisme zou geen religie zijn geworden zonder een duidelijke weg bij dat lijden vandaan. De cirkel van wedergeboorte en voortdurend lijden kan worden doorbroken door je te houden aan het achtvoudige pad. Dit pad valt uiteen in drie delen: inzicht, ethiek en meditatie.

Meditatie valt uiteen in concentratie, moeite en mindfulness. Mindfulness wordt gezien als het onverstoorbaar aandacht hebben voor je meditatieobject, zonder daarbij toe te geven aan de verleidingen van verlangen en aversie, van identificering en weerstand. Mindfulness is het herinneren van het idee dat alles dat zich aan je voordoet vergankelijk en onbevredigend is en dat het bijdraagt aan de (illusoire) ervaring van een op zichzelf staand “zelf”. Het leidt tot inzicht in de vaardigheid van sommige gedachten en gedragingen en de onvaardigheid van andere gedachten en gedragingen. Simpelweg door bijvoorbeeld op te merken dat boze gedachten leiden tot de ervaring van isolatie, zwaarte en gebondenheid en dat compassie leidt tot het ervaren van verbondenheid, lichtheid en vrijheid.

Dit inzicht informeert je ethiek – je regels om te leven – door het nalaten en ontmoedigen van de onvaardige elementen en het bevorderen en nastreven van de vaardige elementen.

Zo creëer je een virtueuze cirkel die leidt tot immer meer positieve en steeds minder negatieve ervaringen. Die positieve ervaringen moet je niet noodzakelijkerwijs zien als succes in wereldlijke zin maar meer als vaardige gedachten en handelingen die je in de richting van nirvana duwen.

Want daar gaat het natuurlijk om; het bereiken van een staat waarin je compleet vrij bent van alle zaken die je aan de wereld binden. In feite – aldus de Boeddha – gebruiken we onze geesten voor het verkeerde doel. We proberen steeds maar een zekere mate van stabiliteit en veiligheid te bereiken die in feite niet KAN bestaan. De wereld is namelijk hoogst vluchtig en instabiel. Dat wij hem op dit moment als stabiel ervaren duidt erop dat onze geesten keihard aan het werk zijn om die illusie in stand te houden.

En dat, zo zegt de Boeddha, is een quixotische onderneming waarbij lijden een onvermijdelijk afvalproduct is. Wij zijn in zekere zin gehecht aan een door ons zelf gecreëerde en instandgehouden gevangenis, een beetje zoals de Matrix uit de gelijknamige film. Dus, als je echt serieus bent over het vinden van het einde van het lijden dan moet je dit achtvoudige pad volgen.

Het je houden aan basale ethische regels zorgt ervoor dat je geest een modicum van rust ervaart om zich te kunnen bezighouden met meditatie – waarin je ervaring wordt losgekoppeld van jouw participatie erin. Dit creëert een pauze, ruimte, om je te beseffen dat het leven inderdaad weidser, verbondener, lichter wordt zonder de superlijm waarmee je normaal met je ervaring bent verbonden. Dit inzicht kun je weer toepassen op je leven zoals het zich aan je voordoet. Deze ethiek vormt zich dus “bottom-up”, door te merken dat je je beter niet met sommige dingen kunt identificeren.

In de Theravada traditie wordt dit pad intensief beoefend onder de noemer vipassana. “De dingen zien zoals ze werkelijk zijn” duidt erop dat deze methode van meditatie de beoefenaar dichter in de buurt brengt van de werkelijkheid zoals Boeddha die beleefde. Het streven is om zijn pad te volgen om daar uit te komen waar hij naartoe wees: nirvana. Volgens deze traditie is nirvana voor iedereen bereikbaar en was de Boeddha slechts een wegwijzer. Hierover bestaat onenigheid tussen de verschillende tradities. Overigens verschillen de meditatieve oefeningen niet bizar veel tussen de verschillende denominaties van het Boeddhisme; de beoefening van veel Zen studenten lijkt aardig op die van de beoefenaars van vipassana, en dat geldt tot op zekere hoogte ook voor de Tibetanen, die eveneens het woord vipasyana gebruiken.

De drie signalen van het bestaan

Doe dit een tijd lang serieus, en je komt in aanraking met drie signalen die je iets vertellen over de nadelen van het gebruiken van je geest op deze manier.

Het eerste signaal heet vergankelijkheid (anicca). Hoe meer je oefent, hoe meer je merkt dat je hele ervaring ieder moment verandert. Het opmerken dat niets maar dan ook niets stabiel is van moment tot moment is vaak indrukwekkend en kan wel iets weg hebben van een psychedelische ervaring. Dit kan het begin zijn van een kwetsbare periode in het leven van de spirituele zoeker waarin hij (of zij) zich geconfronteerd ziet met de futiliteit van de manier waarop hij zijn leven eerder leefde, de onbekwaamheid die hij heeft om het op een andere manier te doen en bovendien met selecte elementen uit zijn geestelijke leven die niet altijd even fraai zijn. Zolang hij blijft oefenen, vaak tegen de klippen op, komt het meestal wel goed, maar het kan zijn dat het vertrouwen dat daarvoor nodig is zware klappen krijgt. Alleen hierom al is het cruciaal dat iemand die zich serieus op het spirituele pad wil begeven daarbij een gedegen leraar zoekt.

Het tweede signaal is de ervaring dat iedere keer dat je iets persoonlijk opvat lijden wordt gecreëerd (dukkha), of het nou een belediging is, een jeukje of een briljante gedachte. Als je dit serieus uitwerkt dan is het voordehandliggende antwoord dat je ophoudt met dingen persoonlijk op te vatten en dat je geest steeds lichter kan worden. Dit kan resulteren in het intreden in een klooster.

Het derde signaal is dat – hoezeer je ook zoekt naar een stabiel en tijdloos “zelf”, er geen zelf gevonden kan worden (anatta). Je kunt gaandeweg ervaren dat je ego zich steeds opnieuw opbouwt op basis van de zintuiglijke sensaties die je omringen (daaronder vallen dus ook je gedachten, herinneringen etc). Het is dit proces dat veel energie kost en dat met voortschrijdend “inzicht” wordt losgelaten. Het gaat hier wederom om een bijzondere mentale toestand. Het stapsgewijze uitkleden van het idee van “zelf” kan bovendien de nodige weerstand, angst en vervreemding oproepen. Maar inzicht in “niet-zelf” kan ook plotseling gebeuren, en ook die ervaring kan beangstigend zijn. Wederom, don’t do this alone!

Deze drie signalen treden niet per se in deze volgorde op, en ze worden ook gezien als drie deuren via welke je een eerste glimp van nirvana kunt opvangen. Wat is dan dat nirvana? Het is een toestand waarin niets “geconditioneerd” is, en die dus vanzelfsprekend buiten het domein van de ratio valt. Volgens sommigen valt deze staat zelfs buiten de noemer van “ervaring”. Het is zowel tijdloos als eeuwig, ongeboren en onsterfelijk. Het woord nirvana betekent ook wel “uitdoven”, als in “het uitdoven van een vlam”.

Eén commentator heeft aangegeven dat in de tijd van de Boeddha het uitdoven van een vlam werd beschouwd als het bevrijden van het vuur, waardoor het zich door de kosmos kan verspreiden. Vuur werd gezien als gevangen door zijn brandstof – hout bijvoorbeeld – en met het opbranden van de brandstof werd het vuur bevrijd. Zo is het ook met je geest. Als je de brandstof voor het lijden verwijdert door al je hechtingen op te geven dan kan je geest werkelijk vrij zijn en opgaan in het tijdloze en eeuwige bewustzijn waarvan jouw geest altijd en overal deel uitmaakt.

Mindfulness en spirituele beoefening: het pad de berg op

We kunnen erover twisten of al deze dingen waar zijn of niet. De reden dat ik een kwartiertje wijd aan het bespreken ervan is tweeledig. Ten eerste vind ik dat mensen die zich bezighouden met een spirituele oefening ook iets mogen weten over de herkomst ervan. Maar belangrijker vind ik de overweging dat de technieken waarmee je aan de gang bent gegaan erg krachtig zijn.

Ik zie het zelf als een pad de berg op. Het pad begint ergens in een dorpje waar veel mensen gebruik maken van de weg. Deze weg wordt goed onderhouden en er is veel verkeer. Er is altijd wel iemand die je de weg kan wijzen; echt verdwaald zul je niet raken. Het toepassen van mindfulness-achtige technieken in je dagelijks leven valt hieronder.

Als je het dorpje verlaat en de berg op loopt kom je veel minder mensen tegen. De lucht is schoon, er zijn bomen en het kwettert er van de vogels. Hier en daar kom je schattige bergweides tegen waar je rustig kunt picknicken en aanverwante activiteiten. Dit zijn de dagelijkse meditaties die we doen, waarin we een (half) uurtje vrij nemen van het gedoe van alledag en even de reset-knop induwen.

Klim hoger en hoger en je overschrijdt de boomgrens. De lucht wordt ijler. ’s Ochtends en ’s avonds kan het flink afkoelen. Als het regent gebeurt dat vaak heftig en zonder aankondiging. Riviertjes kunnen in een oogwenk veranderen in razende waterstromen waarbij het oversteken moeilijk wordt. De paden zijn smal, grillig en soms slecht onderhouden. Als je te snel stijgt kun je last krijgen van hoogteziekte en zelfs gaan raaskallen. Soms zijn er gletsjers, spelonken en steile verticale muren. Als je het terrein niet kent kun je hier levensgevaarlijk bezig zijn. Je hebt het al geraden, dit gaat over de intensieve spirituele beoefening van meditatie.

Ik wilde je dit graag meegeven zodat het je niet overkomt dat je jezelf terugvindt op een gletsjer terwijl je op zoek was naar een zonovergoten bergweide.

De nadelen van intensieve mindfulness beoefening

Dingen om specifiek op te letten, vooral als ze aanhouden nadat je langer dan een week gestopt bent met intensieve meditatiebeoefening:

  • verlies van het gevoel van vaste grond onder je voeten
  • ongewenste en langdurig aanhoudende depersonalisatie, of onprettige afstand tot de wereld
  • verlies van vertrouwen in jezelf waar dat vertrouwen voorheen een gegeven was
  • negatieve emoties die langer aanhouden en extremer zijn dan je gewend bent

Meestal volgen dit soort symptomen op een “spirituele opening”, zoals eerder beschreven. Ze worden door verschillende mystieke tradities beschouwd als een noodzakelijk onderdeel van het spirituele pad, en niets om je zorgen over te maken. Zeker niet iets om over in paniek te raken. Mocht je vragen hebben omtrent dit soort fenomenen, dan kun je eens een kijkje nemen op de website van Cheetah House.

Nog weer een reden om dit soort dingen in overleg met een goede leraar te ondernemen. Vind iemand die bij je past, en die ervaring heeft met het pad dat je wilt belopen.

Dit besluit onze korte blik op de Theravada traditie in de context van de zoektocht naar de oorsprong van mindfulness meditatie. Binnenkort werpen we een blik op twee van de vele Mahayana tradities, Zen en het Tibetaans Boeddhisme.

Geef een reactie