Brahma Vihara’s en het belang van gelijkmoedigheid

Het kunnen vergeven van je folteraars, het zonder voorbehoud kunnen liefhebben van hen die je naar het leven staan, het gelijkmoedig ondergaan van een pijnlijke dood, dat zijn tot de verbeelding sprekende resultaten van het serieus beoefenen van vier “verheven houdingen”.

In de Boeddhistische tradities van Zuid-Oost Azie worden deze oefeningen vaak gezien als fundamenteel. Ze werken de grote bewegingen van verlangen en aversie tegen op een emotioneel niveau.

Er zijn duizenden oefeningen die ruwweg in vier categorieen vallen, die overeenkomen met de vier houdingen:

  1. liefdevolle vriendelijkheid, ook wel metta genoemd.
  2. vreugde om het goede fortuin van een ander, of mudita.
  3. compassie met het ongeluk van een ander, ook wel karuna.
  4. gelijkmoedigheid, upekkha.

Van deze vier houdingen wordt traditioneel de nadruk gelegd op metta: liefdevolle vriendelijkheid. Dat heeft vele redenen maar eentje springt er voor onze doeleinden als Westerse beoefenaars bovenuit. Liefdevolle vriendelijkheid is een krachtig tegengif voor aversie, en dan vooral “woede” in al zijn verschijningsvormen. Als je een beetje boos bent over iets, op iemand of op jezelf dan is de verlichting die metta-beoefening brengt vaak een directe, concrete opluchting.

In een ander artikel gaan we dieper in op de beoefening van metta; hier volstaat de beschouwing dat het vaak gepaard gaat om het uitspreken van goede wensen voor jezelf en de mensen om je heen.

Mudita en karuna worden vaak gezien als twee kanten van dezelfde medaille: we voelen mee met de wederwaardigheden van anderen in onze omgeving en in toenemende mate met die van de wereld als geheel. Naarmate je eigen meditatiebeoefening zich ontwikkelt veranderen wellicht ook je attributies van wat geluk en ongeluk inhouden. Een kind kan heel blij zijn met een stapel snoepjes. Als adolescent is het hoogtepunt van geluk als de persoon op wie je verliefd bent dat ook op jou is. En als volwassene kun je soms meer waarde hechten aan een bloeiende carriere, een goede relatie en gezond nageslacht. Etcetera.

Zoals liefdevolle vriendelijkheid boosheid tegengaat, helpt vreugde tegen jaloezie en is compassie een tegengif voor wreedheid. De oefeningen van mudita en karuna verschillen niet zo verschrikkelijk veel van de al bekende christelijke oefeningen voor naastenliefde.

Upekkha – gelijkmoedigheid – wordt traditioneel vaak gezien als uitzondering op de andere drie. Waar de andere drie oefeningen zich bezighouden met het opwekken en versterken van positieve emoties heeft gelijkmoedigheid meer te maken met het overstijgen van emoties. Het niets verkiezen boven iets anders. Liefde noch woede, jaloezie noch vreugde. Als je haren in de fik staan, dan is dat wat er is. De implicatie van gelijkmoedigheid is dat alle gebeurtenissen in iemands leven het resultaat zijn van het eigen karma en dat je – behalve het werken aan het opschonen van je eigen karma – dus impliciet niets kunt veranderen aan het lot van een ander. Dus staat, zo wordt vaak gezegd, het meeleven met een ander (of jezelf) in goede en slechte tijden haaks op het nastreven van gelijkmoedigheid.

Hier wil ik graag bezwaar tegen aantekenen. Het is volkomen mogelijk om mee te leven met de evenementen in je eigen leven en de wederwaardigheden van een ander terwijl je daarbij volstrekt gelijkmoedig blijft.

Gelijkmoedigheid is geen platte onverschilligheid jegens de emotionele gelaagdheid van je eigen bestaan of die van de wereld om je heen. Sterker nog, het is het volkomen accepteren van eender welke emotionele staat zich aan je voordoet. Je hoeft niet eens in karma te geloven om je te wagen aan deze krachtige oefening.

In de woorden van Bikkhu Bodhi, een Amerikaanse monnik:

“As a spiritual virtue, upekkha means stability in the face of the fluctuations of worldly fortune. It is evenness of mind, unshakeable freedom of mind, a state of inner equipoise that cannot be upset by gain and loss, honor and dishonor, praise and blame, pleasure and pain. Upekkha is freedom from all points of self-reference; it is indifference only to the demands of the ego-self with its craving for pleasure and position, not to the well-being of one’s fellow human beings.”

Niettemin is het contra-intuïtief om een gelijkmoedigheidsoefening aan te treffen in een programma dat zich richt op het beleven van emoties. Zoals alle contra-intuïtieve dingen nodigt dit echter uit tot nader onderzoek en daarmee een dieper begrip.

Kan het zijn dat gelijkmoedigheid een laag dieper (of hoger, zo je wilt) ligt dan de oefeningen van het verzachten van je eigen woede met liefde, of van het meeleven met een ander? Is het juist door het accepteren van de grote bewegingen van je emoties en door contemplatie van de inherente tegenstellingen die op deze manier in scherper contrast komen te staan dat de diepere vrijheid van gelijkmoedigheid komt bloot te liggen?

Zoals alle geestelijke bewegingen zijn ook je emoties dingen die je traint. Hoe vaker je kwaad wordt, hoe meer je de zaadjes van toekomstige woede zaait. Je traint continu. Dat betekent ook dat verandering continu mogelijk is. Accepteer je emoties, maar ga er niet in mee. Herken jezelf in anderen. Zie voorbij woede, verdriet, angst en zelfs liefde de volledige rust van gelijkmoedigheid.

Of niet, dan maak je het leven interessant voor de mensen om je heen. En voor je biograaf.

Geef een reactie