Wat is verlichting?

Je zit in een grot. Je haren zijn lang. Je vingernagels ook. Iedere week staat er een nieuw pakket met eenvoudig voedsel voor je klaar – daar waar het licht is, bij de opening. Je hebt geen idee hoe lang je al niet meer gegeten hebt. Weken? Maanden? Het is niet dat je geen hongergevoelens meer ervaart. Maar voor jou is honger gewoon een sensatie geworden als alle andere: temperatuur, druk, de beweging van de adem. En alle sensaties zijn er om gelijkmoedig te observeren, zoals ze opkomen en weer vergaan. Zonder eraan vast te klampen maar ook zonder ze weg te duwen. Dat is je oefening, van moment tot moment.

Je kunt tegenwoordig makkelijk over meditatie praten zonder in te gaan op dit ultieme doel van de oefening – verlichting. De mindfulnessbeweging die de afgelopen dertig jaar is komen opzetten is gegrondvest op het toepassen van meditatieve technieken om je leven in het hier en nu een stukje beter te maken. Om te leren omgaan met de moeilijke elementen van het leven: chronische pijn, depressie, angsten, verdriet, aandachtsstoornissen. En in toenemende mate ook om jou in staat te stellen zo effectief mogelijk te leven door jezelf te leren kennen. Als je weet welke obstakels je jezelf in de weg legt en op welke manieren je reageert op de prikkels van binnen en buiten kun je steeds dichter in de buurt komen van wat jij wilt doen met je kostbare tijd op deze wereld. Overbodige zaken vallen weg en jij bent steeds beter in staat om je eigen weg te banen door de complexiteit van het moderne leven.

Voor de meeste mensen vormen deze “nieuwe” meditatiemethoden een verrijking van het leven. Voor anderen herbergen ze juist het risico van verarming. Het loskoppelen van het ultieme doel van de brede beoefening van meditatie zorgt ervoor dat die verlichting niet meer wordt nagestreefd. Dat de rijkheid van de spirituele tradities waaruit de oefeningen afkomstig zijn op het spel komt te staan. Tenslotte is meditatie een spirituele beoefening en er wordt bij deze nieuwe technieken geen rekening gehouden met het voorkomen van spirituele “ziektebeelden”. Deze McMindfulness, zo wordt beweerd, verarmt het Boeddhistische gedachtengoed en kan een gevaar vormen voor de volksgezondheid.

Ik neem zelf in deze discussie geen standpunt in omdat ik vind dat iedereen vooral lekker zelf moet weten hoe hij zijn geest gebruikt. Meditatie is iets wat je geest kan doen. Lekker mee experimenteren, tot aan – en misschien net een klein beetje voorbij – de grenzen van je comfort zone.

Maar wat IS nou die verlichting waar Boeddhistische beoefenaars al millennia lang hun levens aan wijden? Het is moeilijk om over te praten, omdat het verwijst naar een ervaring die de wereld van het intellect te buiten gaat. Zelfs het gebruiken van de term “ervaring” wordt doorgaans al als problematisch gezien. Misschien kan het (hagiografische) levensverhaal van de Boeddha wat licht op de zaak werpen. De beste man was op zoek naar het eind van het lijden en kwam erachter dat dit lijden door de menselijke geest aan zijn ervaring wordt “toegevoegd”. In essentie, zegt hij, komt dat doordat we verwachten dat we stabiliteit en zekerheid kunnen bereiken in een wereld die fundamenteel en extreem onzeker is: we gebruiken onze geest voor de verkeerde toepassing.

De aanstichter van de mindfulnessbeweging, Jon Kabat-Zinn, noemt in zijn boek Full Catastrophe Living een aardig voorbeeld:

*They say that in India there is a particularly clever way of catching monkeys. A hunter can cut a hole into a coconut just big enough for a monkey to put his hand through. Placing two smaller holes in the other end and a wire through, one can secure the coconut to the base of a tree. They then place a banana inside the coconut, hide and wait. The monkey comes down the tree, puts his hand in and grabs hold of the banana. The hole is crafted so the monkey’s hand can go in but the fist cannot get out. The monkey is caught! All the monkey has to do to be free is Let Go. However, it seems most monkeys don’t let go.*

In dit voorbeeld wordt onze geest vertegenwoordigd door de hand van de aap. De banaan is een beeld van de menselijke behoefte om zekerheid en veiligheid na te streven. Iedere keer opnieuw lijkt de vervulling van die behoefte binnen handbereik maar ontglipt ons de ultieme, duurzame ervaring van zekerheid en veiligheid.

Het enige dat je – metaforisch gezien – hoeft te doen is je vuist – je geest – loslaten. Je geest houdt allerlei constructies in stand om de illusie van zekerheid overeind te houden. Het idee van een “ik” dat stabiel is over de tijd heen is een van die constructies.

Meditatie is een weg naar het langzaamaan ontmantelen van die constructies. Daardoor wordt je geest steeds vrijer, soepeler en lichter. In sommige tradities wordt de deconstructie van alle identiteiten gezien als voorwaarde voor de verlichting, dat eigenlijk ontwaken wordt genoemd. Het loslaten van alle constructies leidt tot nirvana, eenonverstoorbaar stille geest. In de Boeddhistische literatuur wordt nirvana vooral beschreven als een afwezigheid van iets, zoals bijvoorbeeld de afwezigheid van verlangen, aversie en onwetendheid. Een eindstation aldus, vanuit welk de rest van het leven wordt “uitgeleefd” en anderen kunnen worden onderwezen. Of niet.

Dit realiseren van nirvana wordt in andere Boeddhistische tradities gezien als zelfzuchtig en een ware Boeddhist onwaardig. Welkom in de wondere wereld van de religieuze dogmata.

Recentere spirituele tradities spreken over dit ontwaken eerder als een stap in een reeks “spirituele openingen”, en wel de opening van de geest. Een belangrijke andere stap is de opening van het hart, waarin het besef postvat dat bewustzijn niet alleen eindeloos groot is, maar ook eindeloos liefdevol. Dat bewustzijn in feite samenvalt met liefde. Het pad van de zelf-loze devotie aan iets of iemand anders zou hiernaartoe leiden en ook de Boeddhistische oefeningen van de Brahma Vihara’s houden zich hiermee bezig.

Beide “openingen” zijn zo schokkend dat ze je hele leven kunnen destabiliseren. Of dat goed of slecht is lijkt me vers twee, beauty being in the eye of the beholder. Dit hele verhaal wordt nog gecompliceerder doordat deze “eindstations” niet altijd plotseling optreden. Vaak is de spirituele zoeker lang onderweg met hier en daar een krachtige ervaring die haar op koers houdt. Is zo’n ervaring te kenschetsen als verlichting?

Verlichting, kortom, is nog niet zo gemakkelijk!

Je beoefening is ten einde. Je opent je ogen, hetgeen niet meevalt na minstens twee weken niet eens met je ogen geknipperd te hebben. Het duurt een hele dag voor je de weg hebt gevonden naar de uitgang van je grot. Het licht van de ochtendzon verwarmt je uitgemergelde lichaam. Je wuift triomfantelijk met je lange nagels naar de likkebaardende gieren die al een tijdje boven je grot rondvliegen. Je bent drie jaar, drie maanden, drie weken en drie dagen verder, maar het is het waard geweest! Je bent verlicht. Toch spijtig dat je balans te zwak is om te voorkomen dat je – ontwaakt en al – in de afgrond stort en je nek breekt. Zelfs de gieren denken “laat maar liggen, dat verlichte vlees smaakt nergens naar”.

Geef een reactie